Een paar maanden geleden lag het hier nog vol met mensen, dacht ik toen ik op een koude avond langs het strand liep en om mij heen keek. Dagjesmensen, toeristen, ouders met kinderen, opgroeiende jongens en meisjes, zonaanbidders, watersporters, ik kon er niet van genieten, van die overvolle stranden. Maar toch, ook die mensen genoten.

 

Weggevlucht uit het vluchtige leven, de waan van de dag in haar waan latend.

 

Maar nu er alleen die stilte was, die af en toe door het geluid van de golven op de branding werd doorbroken, nu genoot ik. In de verte zag ik de schamele lichtjes van een strandtent die het gehele jaar door open was, verder geen mens te bekennen, zelfs geen hond. Ik genoot van de stilte, het nieuwe zand, het klotsende geluid van het water, het alleen zijn. Weggevlucht uit het vluchtige leven, de waan van de dag in haar waan latend.

Ik hield even stil en keek naar de zichzelf reinigende zee die zich in de branding, in de vorm van schuim, ontdeed van afstervende koloniën algen. Ik keek naar de niet te tellen zandkorreltjes op mijn schoen, naar de grote maar aan de hemel staande nietige en niet te tellen sterren. De natuur is een wonder en schoon, dacht ik, je moet het alleen wel wíllen zien!

Parkeerprobleem
Meesterschap