Ondersteund door haar man stapte het oude vrouwtje tergend langzaam en onwennig achter haar rollator het La Place binnen. De man loodste haar naar het laatste vrije tafeltje en parkeerde haar rollator naast mij in het looppadje. Terwijl de vrouw zich ontdeed van haar shawl en haar jas open knoopte, verdween de man naar het buffet. De vrouw rommelde nog wat in haar tas en knikte naar me toen ze opkeek.
’Goedemorgen’, zei ik en knikte terug.

‘Geen last van je nieuwe heup? Ze schudde haar hoofd waarop je de pijn kon aflezen.

Niet veel later kwam haar man terug met een dienblad met twee koffie en twee appelgebak. Met een trillende hand zette hij de bestelling op het tafeltje.
’Gaat het een beetje?’, vroeg hij zorgzaam.
‘Jawel’, antwoordde ze en nam een slok van haar koffie.
‘Geen last van je nieuwe heup?
Ze schudde haar hoofd waarop je de pijn kon aflezen.

Ik keek om me heen. Een jong echtpaar met een huilende kinderwagen en twee grote mangokiwikomkommersmoothies, vijf kwebbelende opgeschoten pubermeisjes, drie mannen in een zwarte polo van een installatiebedrijf.

Over zes weken weken zal het doek vallen, dacht ik, en zullen deze mensen wellicht nog herinneringen aan deze dag hebben, of niet. Het bejaarde echtpaar naast me maakte aanstalten om te vertrekken toe ik haar hoorde vragen: ’Zeg Henk, waar zijn die handremmen eigenlijk voor?’

Ik moest glimlachen, ik zou me deze dag zeker herinneren.

Spruitjes
Vuurwerk